zondag 19 juni 2016

Tilburg 1934. Onderdak op moderne wijze voor 'dames en heren van de gegoede stand'

W.J.J. de Klijn (1884-1958)
Foto Regionaal Archief Tilburg 004861
Geestelijk leider van de in Tilburg in 1921 opgerichte parochie H. Margaretha Maria Alacoque was pastoor W.J.J. de Klijn. Als een boekhouder, zo nauwkeurig, hield hij bij hoeveel zielen zijn alsmaar groeiende parochie telde.  Zo wist de pastoor exact hoeveel katholieke huisgezinnen er waren, evenals het aantal ‘andersdenkenden’. Hij telde zelfs het aantal verstrekte communies in pension Mariëngaarde.

Door de wetenschappers Joks Janssen en Theo Beckers is aangetoond dat stedenbouwkunde en planologie instrumenten waren voor de Rooms-katholieke kerk om in ruimtelijke zin uitdrukking te geven aan hun identiteit. Zo zien we dat ook De Klijns parochie voortdurend werd uitgebreid met gebouwen, onder andere een patronaat, scholen en een gymzaal, met de parochiekerk als het centrale punt.  Volgens katholieke traditie kreeg elk gebouw een patroonheilige, waardoor de parochie over veel voorsprekers in de hemel kon beschikken. De door-en-door-godsdienstige overtuiging was alom manifest. De gedachte was dat het katholicisme het zout der aarde was, de desem, die tot in de uiterste punten en hoeken zijn weldadige werking verrichtte.

Want ook het industrialiserende Tilburg en Brabant waren aan zedenbederf en verwildering
Parochie-archief H. Margaretha Maria Alacoque
onderhevig. De zedenverwildering had, ‘zelfs in Brabant’, afmetingen aangenomen die, volgens een journalist in de lokale krant, aan het ongelooflijke grensden. Uit perversiteiten die zich afspeelden in de Loonse Duinen bleek hoe diep de moraliteit van het Brabantse volk was gezonken. De katholieke bladen antwoordden daarop met waarschuwingen tegen de verregaande vrijheden, welke sommigen zich durfden te veroorloven. 

De pastoor en zijn kerkbestuur traden bij de oprichting van het pension echter niet op als Rooms-katholieke maatschappijhervormers. In het gedenkboek van de parochie lezen we dat het vooral zakelijk was, door pastoor De Klijn verwoord als een onderdak op een moderne wijze voor de dames en heren van de gegoede stand.  De lokale krant schreef dat het pension een economisch verantwoord utiliteitsgebouw werd. 

De keuze voor de architect zou volgens pastoor De Klijn strijd gaan opleveren tussen Kropholler of anderen. Naast Kropholler, die al bekend was met de parochie vanwege eerdere opdrachten, werden vier architecten gevraagd tekeningen in te sturen: Willem A. Maas te Utrecht; A. Boosten en Jos. Wielders, beiden te Maastricht en Jan van der Valk te Tilburg. Twee architecten stuurden een plan in, maar er was volgens de pastoor geen ontwerp zo uitmuntend dat het rechtvaardig was om aan Kropholler voorbij te gaan. ‘Kropholler nog t beste!’, aldus de pastoor.

Opm. van W. Klijn t.a.v. 'Plan Kropholler'
5 mei 1934. Particulier archief HK.
Hoewel je zou denken dat de tot het katholicisme bekeerde en de traditioneel genoemde architect Kropholler naadloos zou aansluiten bij de evenzo katholieke parochie in Tilburg, toch kreeg ‘Plan Kropholler’ zware kritiek te verduren. Zo had de architect voor het pension vier à vijf gebouwen bij elkaar gezet, waarin het kerkbestuur eenheid miste. Daarbij werd benadrukt dat het interieur zo gezellig mogelijk moest zijn: meer licht in de gangen, en was het écht nodig dat er drie verdiepingen kwamen met in totaal veertig kamers en slaapkamers vanwege de rentabiliteit van het pension. Na een waslijst met op- en aanmerkingen die alle het pension betroffen, was er slechts één opmerking over de positionering van de ramen in de kapel.

Uiteindelijk, ‘na veel zorgen en tobbes’, zoals de pastoor schreef in zijn Memorie, werd het plan goedgekeurd vanwege onder andere de ligging aan een rustig plein, rustige straten en dicht bij de kerk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten