Bij de Tilburgse Gianotten-Mutsaers moeten regelmatig tafels worden bijgeschoven vanwege deze cultuurhistorische productie over de stad Tilburg. Herman van Haaren, medewerker bij de betreffende boekhandel komt wekelijks nieuwe voorraad halen bij Stadsmuseum Tilburg. Zou Tilburg hierin uniek zijn en een voorloperspositie innemen? Zijn er (te) veel cultuurhistorische schrijvers die graag en veel publiceren? Of is er een gretig publiek dat honger heeft naar alle schrijverij over Tilburg?
Hoewel bewust van deze boekenboterberg, ben ik bang besmet te zijn geraakt met dit schrijversvirus. Het meeschrijven en redigeren aan beide boeken heb ik als zeer prettig en leerzaam ervaren. Voor 'Textielerfgoed in Tilburg' heb ik met de heren Peeters en Van Putten 'veldwerk' verricht. Nieuw is dat de onroerende objecten die herinneren aan het textielverleden thematisch bij elkaar zijn gebracht. Daarbij waren er geen recente routes langs dit fraaie erfgoed van de stad. Ik hoop dat we hiermee niet alleen de Tilburgers, maar ook de textieltoeristen kunnen attenderen op onze textielhistorie. Voor het vriendenbo
Centrale personen bij de boeken over textielerfgoed en 'De verbeelding' waren Peeters en Van Putten. Peeters is met pensioen, maar verdwijnt als historicus en boekenschrijver zeker niet uit beeld. Van Putten is dagelijks te vinden bij ons op het archief. Heren, het was me een waar genoegen, deze boekenschrijverij. Ik hoop in de toekomst op meer.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten