dinsdag 19 april 2016

Geestelijke crisis of 'bedorven atmosfeer in groot-stad' Tilburg?

Luchtfoto Mariëngaarde
Foto Regionaal Archief Tilburg
'Kunst en identiteit in het Interbellum', zo luidt de titel van de module die ik momenteel volg in kader van mijn masterstudie aan de OU. Het leuke van de studie is dat deze grote algemene onderwerpen, vaak ook van toepassing zijn op mijn eigen stad Tilburg. De casus zal ik dan ook zoeken in de directe omgeving.

‘In het Interbellum verkeerde de samenleving in een geestelijke crisis,’ zo was de idee volgens kunst- en cultuurhistoricus en OU-docent Jos Pouls en hoogleraar kunstgeschiedenis Ype Koopmans. ‘Deze [crisis] was duidelijk te zien in de kerkelijke en niet-kerkelijke kunst en architectuur,’ aldus Pouls en Koopmans.

Tijdens het Interbellum was er in de Nederlandse architectuur een discussie gaande tussen de progressieve functionalisten en de traditionalisten, waarvan Alexander Jacobus Kropholler (1882-1973) als een van de leiders wordt gezien. Zijn voorbeelden lagen in de Nederlandse middeleeuwse baksteenarchitectuur en plattelandsbouwkunst. De Nieuwe Zakelijkheid en de moderne kunst waren ‘heidens’ en het hele modernisme werd zelfs als ‘één grote, ‘ketterse’ dwaling gezien’. De Hagenaar Kropholler geldt als de belangrijkste katholieke architect van het Interbellum. Hij etaleerde een grote hang naar niet alleen de gebouwen in de middeleeuwen, maar evenzo naar het gedachtegoed daarvan.

Mariëngaarde gelegen aan een plein.
Foto Regionaal Archief Tilburg
Dan van algemeen naar specifiek. Kropholler in Tilburg? Jawel, hoewel vrijwel onbekend. Kropholler wordt immers maar al te vaak geassocieerd met het raadhuis in Waalwijk en het Van Abbemuseum in Eindhoven. 'In de Tilburgse parochie St. Margarita Maria Alacoque ontwierp Kropholler echter vanaf 1931 een gymnastiekzaal, een huishoudschool, een patronaat voor meisjes, een vergaderzaal en pension Mariëngaarde (1934-1935) aan de Burg. Damsstraat 15,' zo schrijft Joost op 't Hoog in het tijdschrift Tilburg. Mijn onderzoek zal zich gaan richten op door Kropholler gebruikte vormentaal ter uitdrukking van de katholieke identiteit. In hoeverre was Mariëngaarde een antwoord op de eerder genoemde geestelijke crisis?

'Er woei in ieder geval een frisse wind,' zo schreef de Nieuwe Tilburgsche Courant in december 1934: 'Een zeer voorname factor is ongetwijfeld, dat het groote gebouw [pension Mariëngaarde] aan de westzijde van de stad gelegen is. De windstreek, welke over het algemeen als de meest geschikte wordt beschouwd voor villa-bouw en woongelegenheid, omdat gedurende het grootste gedeelte van het jaar Westen winden waaien en men aldus kan genieten van de zuiverste lucht, niet bezwangerd door de bedorven atmosfeer van de groot-stad.'

Vooralsnog niet zozeer een geestelijke crisis, als wel behoefte aan een frisse wind.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten