 |
| Nieuwe Tilburgsche Courant. 14 april 1916 |
Vooraanstaande Tilburgers, afkomstig uit het bedrijfsleven en de burgerij, verzamelden voorwerpen om de geschiedenis van de stad Tilburg blijvend te herinneren. Tilburg had namelijk nog geen vaste locatie waar voorwerpen uit het verleden werden bewaard. De personen, vooral de amateurhistoricus Lambert de Wijs (1882-1949), verenigden zich in commissies en ijverden voor een museum of een oudheidkamer. Ze waarschuwden dat de stad spijt zou krijgen en dat er tranen met tuiten gehuild zouden worden, wanneer de stad over een aantal jaar geen voorwerpen had bewaard. Objecten moesten behouden blijven. Niet alleen voor het nageslacht, maar ook om de kennis te vergroten over de textielnijverheid.
 |
| Nieuwe Tilburgsche Courant. 27 april 1921 |
Want daar waren de nijvere Tilburgers maar al te trots op. Ze organiseerden
vijf grote nijverheidstentoonstellingen in een tijdsbestek van vijftig jaar. De jaren 1909, 1934 en 1959 werden feestelijk gevierd vanwege respectievelijk 100, 125 en 150 jaar stadsrechten. Daarbij deed Tilburg
in 1913 mee met een evenzo grote tentoonstelling als aansluiting op de festiviteiten van honderd jaar Koninkrijk der Nederlanden en in 1924 organiseerde Tilburg nog een extra tentoonstelling om de nijverheidseconomie een impuls te geven.
Op deze tijdelijke tentoonstellingen kreeg de textielnijverheid iedere keer bijzondere aandacht. Een (oude Brabantse) weefkamer of zelfs een compleet nagebouwd wevershuis lieten de bezoekers uit binnen- en buitenland zien dat Tilburg een eeuwenlange traditie had in de textiel en dat de stad zichzelf zag als het hart van Brabant en van Nederland. Na iedere tijdelijke, maar succesvolle tentoonstelling werd het verlangen naar een echt museum weer vergroot, waarbij men er nog niet uit was of het een oudheidkamer, een Brabants streekmuseum of een industrieel museum moest worden. De Rijkscommissie gaf advies: een textielmuseum was het enige wat bij Tilburg paste.
 |
Voorwerpen op tentoonstelling 1924.
Regionaal Archief Tilburg
|
Voor het gedroomde toekomstige museum werden er naast schilderijen van kunstschilders en objecten die herinnerden aan koning Willem II textielattributen en werktuigen verzameld. Zo bewaarden de Tilburgse burgers, waaronder fabrikanten, een weefgetouw, een scheerraam, een spoelrad, weefspoelen, een weegschaal, stalenboeken, plaatjes van weefgetouwen, volklompen, diploma’s en een vaandel. Toen er in 1954 uiteindelijk besloten werd een textielmuseum op te richten, bleken de met ijver verzamelde voorwerpen van te weinig relevantie te zijn. Voor het nieuwe textielmuseum werd begonnen met de ontwikkeling van een eigen collectie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten