1922 In Nijmegen wordt een hbs speciaal voor meisjes geopend. In een 'sobere expressionistische stijl' bouwt stadsarchitect J.J. Weve een school aan het destijds geheten Julianaplein. Iets meer dan honderd jaar later opent 'The Rebyl, a Tribute Portfoliohotel' de deuren. 'De rebelse naam verwijst niet alleen naar historische en academische wortels van de locatie, maar ook naar het progressieve karakter van Nijmegen,' zo wordt gesteld in diverse media. Herbestemming van erfgoed met een eigen verhaal. Storytelling vinden we belangrijk bij het herbestemmen van erfgoed. Seculiere en religieuze gebouwen worden met behoud van karakter en oog voor detail herbestemd tot nieuwe iconische gebouwen. Het verhaal van de plek blijft behouden, zo wordt beloofd. Daarmee geven we toekomst aan het erfgoed en kunnen jongere generaties kennis nemen van de verhalen van de stad.
Ruimtelijk en planologisch gezien gaat het vaak goed. Zo is The Rebyl letterlijk een schoolvoorbeeld hoe een honderdjarig gebouw om te vormen tot een hip boutique hotel waar naast
lokale inwoners zeker ook internationale bezoekers op af gaan komen. Daarnaast hielden ook de interieurarchitecten rekening met het verhaal van het gebouw, zoals te zien in de bouwkundige elementen met een originele granieten vloer, geglazuurde tegels aan de wand, het trappenhuis met diverse details en gevelstenen 'Anno 1922' aan de voorkant van het gebouw.
Met een herbestemd gebouw en een interieur met oog voor de bouwkundige details is het verhaal van het erfgoed tot op zekere hoogte verteld. Toch kan het nog verfijnder met échte verhalen van de generaties gebruikers docenten en oud-leerlingen. Voorwerpen, foto's of documenten zijn tastbare herinneringen die je analoog en digitaal kunt laten zien. De kennis over de verhalen is aanwezig bij archieven en musea, en bij de mensen thuis, de docenten en leerlingen die dagelijks gebruik maakten van deze school door de jaren heen.
The Rebyl had genoeg verhalen kunnen vertellen over een neutrale hbs in een katholieke stad, over gescheiden onderwijs van meisjes en jongens, over joodse leerlingen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nijmegen of over de ontwikkeling van oud-leerlingen tot (inter)nationale beroemdheden. Het verhaal van de plek, storytelling bij herbestemming van erfgoed vinden we belangrijk. Maar de uitwerking van het kleinere verhaal ontbreekt.
In het gunstige geval tekent de interieurarchitect nog een kast met te grote of te kleine schappen, of wijst de toekomstige gebruiker op een slecht verlichte plek of een blinde muur om naar eigen inzicht iets op te hangen of neer te zetten. Zo zijn er bij The Rebyl twee erkers bestemd voor de 'shop', een uitstalling van nietszeggende Nijmeegse marketingspulletjes en dito objecten van een kunstenaar. In de hotelkamers hangt AI-gegenereerde kunst zonder referenties aan het DNA van het gebouw. Het ergst zijn de lagere-school-woordkaarten en een schoolplaat in het monumentale trappenhuis. Het leren lezen van 'oog' en 'aas' en een uiteenzetting over het bereiden van boter past niet in het verhaal van deze plek.
Het lijkt mis te gaan in het totale proces van 'verhalen vertellen' en het 'DNA van de plek' tot leven te wekken. Want het verhaal blijft te vaak beperkt tot het ruimtelijke erfgoed in stenen, gebouwen en bouwkundige elementen. Zoals planologen, architecten en interieurontwerpers nodig zijn om ruimtelijk erfgoed een andere bestemming te geven, zo behoeven storytellers, archivarissen, curators en museale vormgevers een rol in een herbestemmingsproces. Daar is erkenning van het bredere spectrum van erfgoed voor nodig en evenzo budget.
Hotel The Rebyl is een aanwinst voor de stad Nijmegen. De herbestemming in het ruimtelijk erfgoed is zeker geslaagd. Wat mij betreft een eye opener voor toekomstige herbestemmingen om niet alleen het grote verhaal te vertellen, maar ook oog te hebben voor het kleinere verhaal.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten