Onlangs deden we een oproep in de krant om informatie te
vergaren over Joodse leerlingen van Rijks-HBS Willem II te Tilburg. Het betrof
een klassenfoto uit 1939 waarop ongeveer twaalf joodse leerlingen zouden staan.
We besloten een brede oproep te plaatsen: elke informatie over alle personages
zou welkom zijn. Het zou immers allemaal kunnen leiden naar het spoor van de
twaalf joodse leerlingen.
Naar aanleiding van deze actie kwamen er uiteraard reacties.
Variërend van Goed bezig! tot en met Waarom nog steeds aandacht
voor de joden? Maak je nu juist niet weer een onderscheid?. De
herinneringen aan de Holocaust en aan Wereldoorlog II houden ons nog steeds
moreel bezig. Wel of geen monumenten erbij? Hoe moeten we de slachtoffers
herinneren? Wat doen we met de ‘goede’ Duitsers? Hoe ‘fout’ waren de NSB’ers?
En wat willen we de jongeren meegeven over Wereldoorlog II? Één ding is zeker:
de slogan Opdat we niet vergeten is inmiddels zodanig verankerd in de
samenleving dat vrijwel alle lessen over de oorlog met dit cliché worden
afgesloten.
De jeugd moet nadenken en herdenken. De jeugd moet hiervan
leren. De jeugd mag niet dezelfde fouten begaan. Het lijkt alsof onze oorlogslessen
steeds hetzelfde voorschrijven: opwekken van gruwel, ontzetting en horror zodat
de leerlingen geraakt worden, gaan huilen en van onmacht gaan schrijven: Dat
nooit weer. Zojuist bekeek ik de film De Verbeelding van de Holocaust die
Oeke Hoogendijk maakte in 2002. Zij reisde daarvoor naar Holocaustmusea in de
Verenigde Staten en naar Polen om voormalig concentratiekamp
Auschwitz-Birkenau. De bezoeker wordt er niet gespaard. Hij kan aan de hand van
gruwelijke foto’s en objecten zien welk onmenselijk leed heeft plaatsgevonden
onder het regime van nazi-Duitsland. Wat doen horror en gruwel echter met de
bezoeker? Stemmen afkeer en ontzetting tot nadenken? Wordt er werkelijk van
geleerd? Blijft het bij herinneringen aan onmenselijke tragediën of leiden de
confrontaties tot gedragsveranderingen? Wat willen we de leerlingen vertellen?
Terug naar de foto van de Rijks-HBS met daarop de nog van
geen kwaad bewuste leerlingen. Wat willen we de (Tilburgse) leerlingen hierover
meegeven? Gaan we vertellen over het gruwelijke lot dat hen allen te wachten
stond? Gaan we de hedendaagse leerlingen confronteren met de abrupt afgebroken
levens van de jongeren die in 1939 net zo oud waren? Of gaan we een context
schetsen ten aanzien van Joodse leerlingen en de hen omringende niet-joodse
leerkrachten en medescholieren?
Voorop staat in elk geval dat we de jongeren van nu actief willen
betrekken in het verhaal. Dat gaan we doen door hen in aanraking te brengen met
gedifferentieerd materiaal zoals bronnen \uit het archief. Op basis van dit
‘objectief’ materiaal hopen we dat leerlingen er ook van leren uiteraard. Maar
of ze het verhaal van de Tweede Wereldoorlog al dan niet meenemen in hun
persoonlijke ontwikkeling is maar de vraag. Kan het zijn dat daardoor de oorlog
alsnog vergeten gaat worden?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten