In De Nieuwe Kerk in Amsterdam is vanaf oktober 2019 tot en met 1 maart 2020 de expositie De grote Suriname-tentoonstelling te zien. Het is een samenwerkingsverband van de Surinaamse gemeenschap in Suriname en in Nederland. Een indrukwekkend decor van geprinte foto's op doeken, onderverdeeld in thema's, zorgen ervoor dat je gedurende enkele uren kennis neemt van de geschiedenis van Suriname. Begonnen wordt met 9000 v. Chr., de eerste tekenen van menselijke bewoning. In 1916 is er voor het eerst sprake van een Nederlandse handelspost bij wat we nu Paramaribo noemen. In 1683 wordt onder andere de stad Amsterdam eigenaar van de kolonie Suriname. Er ontstaat een handel in 'slaven', liever gezegd slaafgemaakten, die pas door Nederland in 1863 wordt beëindigd.
Al eerder werd de slavernij door de Britten (1834) en de Fransen (1848) afgeschaft. In die periode werd toestemming geven aan Europese missies en zendingen op de plantages. Slaafgemaakten bekeerden zich tot de Evangelische Broedergemeente (de Hernhutters) of het Rooms-katholicisme. De Afro-Surinaamse cultuur bleef echter in stand, naast de winti-religie, zo is er in de tentoonstelling te lezen. Er is zelfs een catechismus te zien, geschreven in het Sranantongo, de 'Neger-Engelsche taal' voor de kolonie Suriname. Er worden geen Rooms-katholieke bekeerders, noch Hernhutters met naam genoemd.

Dat geldt wel voor de legendarische kapitein Broos (1821-1880), die als 'opperhoofd van het weglooperskamp' wordt betiteld. Broos was een Surinaams onafhankelijkheidsstrijder die weggevluchte slaven een eigen leefomgeving bood. Onder de Surinamers blijken er vandaag de dag door het voormalige koloniale systeem van slavernij en uitbuiting nog steeds diepgaande gevoelens van minderwaardigheid te zijn, zo wordt in de expositie duidelijk gemaakt. Getracht wordt om de kracht van binnenuit, van de Surinamers zelf, te benadrukken. De Marrons zijn volgens de samenstellers van de expositie ingesteld op onafhankelijkheid. 'Mijn naam is Tolin Alexander. Wij Marrons, praten altijd vanuit kracht, omdat we ons bevrijd hebben van slavernij.' Ook in Villa Zapakara, een museum voor kinderen in Suriname, ligt de focus op 'Sranan Krakti', ofwel Surinaamse kracht.

Dat geldt wel voor de legendarische kapitein Broos (1821-1880), die als 'opperhoofd van het weglooperskamp' wordt betiteld. Broos was een Surinaams onafhankelijkheidsstrijder die weggevluchte slaven een eigen leefomgeving bood. Onder de Surinamers blijken er vandaag de dag door het voormalige koloniale systeem van slavernij en uitbuiting nog steeds diepgaande gevoelens van minderwaardigheid te zijn, zo wordt in de expositie duidelijk gemaakt. Getracht wordt om de kracht van binnenuit, van de Surinamers zelf, te benadrukken. De Marrons zijn volgens de samenstellers van de expositie ingesteld op onafhankelijkheid. 'Mijn naam is Tolin Alexander. Wij Marrons, praten altijd vanuit kracht, omdat we ons bevrijd hebben van slavernij.' Ook in Villa Zapakara, een museum voor kinderen in Suriname, ligt de focus op 'Sranan Krakti', ofwel Surinaamse kracht.

De kracht van binnenuit, dat is wat me vooral bijblijft na het bezoek aan deze tentoonstelling. Rituelen, tradities, eigen gebruik van materiaal en kleur zijn prachtig tot uitdrukking gebracht tussen de grote gekleurde fotoprints. Er wordt veel informatie gegeven over de geschiedenis van het land. De vele interviews met Surinamers zetten je aan het denken over eigenheid, trots en kracht. Hoewel de 750 Nederlandse geestelijken die in Suriname hebben gewerkt, daar zeker aan hebben bijgedragen, is er voor hen geen ruimte in deze expositie. Ook niet voor Peerke Donders.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten