zondag 5 april 2020

1930 Kruisen en kapel in Berkel, Enschot en Heukelom

Wie vandaag de dag over de Heukelomseweg van Enschot naar Oisterwijk fietst, passeert aan zijn rechterhand een stenen Mariakapel. Bloemen, zoals hyacinten, staan in bloembakken voor de kapel van Onze Lieve Vrouw. Het is een fleurig geheel, dat menig fietser of wandelaar even zal doen stil staan.’21 mei 1930’ staat er twee keer genoemd, de datum waarop de kapel werd ingezegend. Naast deze kapel werden er op diezelfde dag nog twee uitingen van rooms-katholicisme ingezegend, namelijk de kruisen in Berkel en in Enschot op respectievelijk ’t Heuveltje en ‘t Zwaantje. Een feestelijke dag die in het teken stond van ‘Roomsch Brabant.’ Kapellen en kruisen waren nodig om de moderne mens tot inkeer te brengen, zo lezen we in de Tilburgsche Courant.

Rond 1930 was er in Brabant een comité met de naam ‘Kruis langs den openbaren weg in Noord-Brabant’. Het doel was om het roomse karakter van de provincie met fierheid uit te stralen en dat tot uitdrukking te brengen in de openbare ruimte. Een belangrijke actor was de doctor en priester P.C. de Brouwer, die wel de ‘emancipator’ of de ‘ziel van Brabant’ wordt genoemd. Dankzij zijn inspanningen en pleidooien kwamen er vele openbare uitingen van rooms-katholicisme tot stand.

Op 21 mei 1920 was de belangstelling van zowel inwoners als buitenstaanders enorm groot. ’s Middags om 14.00 uur kwam de menigte als eerste bijeen bij het kruisbeeld op het Berkelse Heuveltje. Dat lokale overheid en kerk samen gingen, blijkt wel uit de aanwezigheid van zowel het ambtelijk bestuur als vertegenwoordigers van de katholieke kerk. Zo begon burgemeester Panis met een openingswoord, eindigde met een christelijke groet en heette welkom aan de aanwezigen, pastoor Goossens van de parochie Berkel, de heren dr. P. C. de Brouwer en dr. J. C. de Brouwer, beiden uit Tilburg, oud-burgemeester Brenders, de gemeentesecretaris, de leden van de gemeenteraad en alle betrokkenen.

De toespraak was vooral stichtelijk, met ‘Christus en Roomsch Brabant ’ als thema. Zo in de jaren 1930 beschikten mensen steeds meer over vrije tijd. Tijd in overvloed om ‘stoffelijke belangen’ na te jagen, in plaats van een dienst te bewijzen aan God, zo was de gedachte. De demonen van de samenleving in de jaren 1930 waren ongeloof en ‘zedenverwildering’. Om deze ‘moderne’ mens niet te laten ontsporen waren kruisbeelden en kapellen langs de openbare weg noodzakelijk. Op die manier kon Christus toch nog via ‘Zijn Kruis’ optreden en mogelijk de moderne mens tot andere gedachten brengen, zo lezen we in de krant.

Het feit dat de katholieken zo hun best deden om zichtbaar te zijn in de openbare ruimte, kwam doordat de protestanten vanaf de zestiende eeuw het geloof in Nederland hadden bepaald. Volgens P.C. de Brouwer waren er vier eeuwen terug al talloze kapellen en kruisen in Brabant, maar door vervolging en de beeldenstorm was veel katholiek erfgoed vernietigd. Als afstammelingen van de destijds vervolgde katholieken zouden de Brabanders gaan staan voor Christus-Koning. Niets of niemand zou het ‘schoone’ Brabantse landschap, met zijn bossen en zijn vennen, zijn ‘melancholieke’ heide en vruchtbare gronden, nog de katholieke kruisen en kapellen kunnen ontnemen, zo sprak De Brouwer de menigte toe. De Brabantse bevolking kwam er openlijk voor uit om Christus in het openbaar te erkennen en te eren. 

‘Wanneer we gaan fietsen of autoën, en we passeren het kruis, dan keren we een ogenblik tot onszelf terug en brengen we een eerbiedwaardige groet of uiten we een schietgebed.’                                          P.C. de Brouwer

Na deze plechtige woorden werd het kruisbeeld ingezegend door de Berkelse pastoor. Bruidjes brachten een bloemenhulde en zongen enkele liedjes. Vervolgens trok het gezelschap naar Enschot, alwaar eenzelfde plechtigheid plaatsvond. Ditmaal kreeg pastoor Schellekens gelegenheid voor een dankzegging en de inzegening van het kruis. Na een zelfde ceremonie als in Berkel, toog de hele groep als laatste naar de kapel van Onze Lieve Vrouw van Heukelom, waarvoor het geld voor de bouw bijeengebracht was door de inwoners én door burgemeester Brenders bij zijn afscheid als voorzitter van de Boerenbond in 1930. Voor de derde keer op 21 mei hield priester De Brouwer zijn rede, waarin hij vertelde dat er al in vroeger tijden op dezelfde plek een Mariakapel had gestaan. Vervolgens deed hij een oproep aan Onze Lieve Vrouw om de bevolking van Heukelom te beschermen. Eveneens voor de derde maal vond een inzegening plaats, ditmaal door Van der Meijden, die pastoor van Oisterwijk was. ‘Hulde aan de inwoners van Heukelom die, waar het de Mariaverering betreft, steeds vooraan staan,’ zo sprak de pastoor. Als laatste vroeg hij aan de bewoners om het beeld blijvend te eren door het plaatsen van bloemen, bloemen uit eigen tuin. Vandaag de dag staan er nog altijd bloemen, zoals hyacinten, in bloembakken voor de kapel van Onze Lieve Vrouw van Heukelom.





Bronnen

Tilburgsche Courant, 22 mei 1930

Ad van den Oord en Wil van Oosterhout, Berkel-Enschot-Heukelom. Drie zielen en één bestuurlijk hart (Berkel-Enschot 1996).


Geen opmerkingen:

Een reactie posten