![]() |
| Foto Jan van Oevelen 2019 |
'Groote mannen'
In veel contemporaine media lezen we in de tijd van het Interbellum over ‘groote mannen’ die hulde verdienden in de openbare ruimte. Een zo katholieke stad als Tilburg had daar alle recht op. Het eerste standbeeld dat de katholieke identiteit tot uitdrukking bracht kwam in het hart van de stad te staan. Het was 1921 en Tilburg kreeg een standbeeld voor de Goddelijke Koning, het H. Hart, waarvoor het geld bijeen werd gebracht door het volk en fabrikanten. De toon was gezet. De massale giften en de collectieve hulde aan het standbeeld op de Heuvel smaakten naar meer.
![]() |
| Foto Jan van Oevelen 2019 |
In hetzelfde jaar dat het H. Hartbeeld werd geplaatst gaf de priester P.C. de Brouwer een lezing aan de vereniging Noorderbelang, inwoners van boven de spoorlijn die de stad verdeelde in noord en zuid. De lezing ging over twee Dondersen, waarvan er duidelijk een de voorkeur van de priester had. Zo werden de tijdgenoten Petrus Donders (1809-1887) en Franciscus Donders (1818-1889) met elkaar vergeleken: waar de ene opgroeide aan de rand van de hei, ‘waar het zo stil was als in de woestijn’, zag de tweede het levenslicht in de Nieuwlandstraat, een omgeving die op een stad begon te gelijken. Beide Dondersen begonnen in 1831 aan een priesterstudie, die alleen door Petrus werd afgerond. Fransiscus zou zich ontwikkelen tot een door De Brouwer genoemde wetenschappelijke medische grootheid, een ‘materialist’, waarin er weinig was overgebleven van het eenvoudige Brabantse geloof.
Peerke. Toonbeeld van deugdelijkheid
![]() |
| Collectie Regionaal Archief Tilburg |
‘Gaat gij, Tilburg’s Noorderlingen, gaat gij voor. Laten ze in ’t Zuiden nog talmen en sukkelen met Franciscus Donders, begint gij met de verheerlijking van uw Petrus Donders, want Petrus Donders is de grootste en de beste van de twee.’
Het was 1921 en de eerste aanzet was gegeven tot oprichting van een standbeeld voor Peerke Donders.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten