zondag 5 april 2020

Rooms-katholieke identiteit in standbeelden uitgedrukt

Foto Jan van Oevelen 2019
 Al in de negentiende eeuw, waarin de Nederlandse natie werd gevormd, werkten de katholieken aan de constructie van een eigen identiteit. Volgens onderzoeker Albert van der Zeijden was het hebben van een gezamenlijke Nederlandse katholieke geschiedenis richtinggevend voor het heden en de toekomst. Collectieve herinneringen, verhalen, tradities en helden waren van belang. In 1917 is in de Nieuwe Tilburgsche Courant dan ook te lezen de katholieke streken een ‘afgeslepen gevoel’ hadden overgehouden aan het overheersende protestantisme. Veel mensen durfden niet met hun godsdienst voor de dag te komen die lange tijd alleen binnenskamers geuit mocht worden. Hoe mooi zou het zijn om katholieke standbeelden een prominente plaats te geven op openbare pleinen van de steden.

'Groote mannen'

In veel contemporaine media lezen we in de tijd van het Interbellum over ‘groote mannen’ die hulde verdienden in de openbare ruimte. Een zo katholieke stad als Tilburg had daar alle recht op. Het eerste standbeeld dat de katholieke identiteit tot uitdrukking bracht kwam in het hart van de stad te staan. Het was 1921 en Tilburg kreeg een standbeeld voor de Goddelijke Koning, het H. Hart, waarvoor het geld bijeen werd gebracht door het volk en fabrikanten. De toon was gezet. De massale giften en de collectieve hulde aan het standbeeld op de Heuvel smaakten naar meer.

Foto Jan van Oevelen 2019
Lezing over twee Dondersen

In hetzelfde jaar dat het H. Hartbeeld werd geplaatst gaf de priester P.C. de Brouwer een lezing aan de vereniging Noorderbelang, inwoners van boven de spoorlijn die de stad verdeelde in noord en zuid. De lezing ging over twee Dondersen, waarvan er duidelijk een de voorkeur van de priester had. Zo werden de tijdgenoten Petrus Donders (1809-1887) en Franciscus Donders (1818-1889) met elkaar vergeleken: waar de ene opgroeide aan de rand van de hei, ‘waar het zo stil was als in de woestijn’, zag de tweede het levenslicht in de Nieuwlandstraat, een omgeving die op een stad begon te gelijken. Beide Dondersen begonnen in 1831 aan een priesterstudie, die alleen door Petrus werd afgerond. Fransiscus zou zich ontwikkelen tot een door De Brouwer genoemde wetenschappelijke medische grootheid, een ‘materialist’, waarin er weinig was overgebleven van het eenvoudige Brabantse geloof.


Peerke. Toonbeeld van deugdelijkheid

Collectie Regionaal Archief Tilburg
Voor De Brouwer was de arme Peerke zijn hele leven het toonbeeld van deugdelijkheid. Petrus had niets dan ellende gezien, had gewerkt tussen mensen met ‘afgerotte ledematen’, had vooral gearbeid en gebeden, en zichzelf geheel ontzien. Hij was altijd eenvoudig gebleven, maar had een prachtige hoogstaande mensenziel, aldus P.C. de Brouwer. Hij deed dan ook een voorstel waar een standbeeld voor Petrus Donders moest komen. Aangezien Peerke was geboren op de Heikant, gedoopt in het Goirke, met stukken textiel langs ’t Lijnsheike had gelopen, moest het standbeeld geplaatst worden in Tilburg-Noord, waarvoor in eerste instantie werd gedacht aan het Julianapark. De priester riep de vereniging Noorderbelang op tot actie. Tilburg-Zuid mocht zich beijveren voor een standbeeld van Franciscus Donders, Tilburg-Noord maakte zich sterk voor de vereeuwiging van de Eerbiedwaardige Petrus Donders.

‘Gaat gij, Tilburg’s Noorderlingen, gaat gij voor. Laten ze in ’t Zuiden nog talmen en sukkelen met Franciscus Donders, begint gij met de verheerlijking van uw Petrus Donders, want Petrus Donders is de grootste en de beste van de twee.’

Het was 1921 en de eerste aanzet was gegeven tot oprichting van een standbeeld voor Peerke Donders.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten