maandag 6 april 2020

Deftig monument aan het Wilhelminapark te Tilburg

Het oprichtingscomité.
Foto Regionaal Archief Tilburg
Na de lezing van de priester en doctor P.C. de Brouwer in 1921, waarin hij de vereniging Noorderbelang aanspoorde om een standbeeld voor Peerke Donders op te richten, werd in een overleg in 1922 besloten om gevolg te geven aan de oproep. Den eerbiedwaardigen Petrus Donders verdiende een waardige hulde. Deze verheven Missionaris leefde nog altijd voort onder het volk. De arme weverszoon, een stichtend voorbeeld van vroomheid in de uitgebreide parochie 't Goirke, had zich ingezet voor het Zieleheil en het lichamelijk welbevinden van de arme melaatschen in de verre kolonie Suriname. In een geur van heiligheid was Peerke Donders overleden. met deze bewoordingen werd de lof aan de arme Peerke betuigd. Redenen alom om hem te waarderen met een standbeeld.

Vooraanstaande personen
De armoede van Peerke en het boerenbestaan aan de Heikant, waren voor de deftige inwoners aan het Wilhelminapark geen belemmering om Tilburgs grootste zoon te eren. Waar de familie van Peerke zichzelf onderhield door thuis te weven, bestond de oprichtingscommissie vooral uit fabrikanten en betrokkenen bij de kerk en de overheid. De voorzitter was de wethouder en tevens directeur van de lederfabriek J.C. Ackermans, wonend aan het Wilhelminapark. Mevrouw Eras-Janssen, gerelateerd aan de wollenstoffenfabriek Eras & Zn., was secretaris en H. Mannaerts penningmeester. Voorts waren er pastoors en paters bij betrokken, zoals W. Klijn (Parochie H. Margaretha-Maria-Alacoque (Tilburg-West)), H. van de Veerdonk (Parochie O.L. Vrouw van de Onbevlekte Ontvangenis (Heikant)) en pater redemptorist M. van Grinsven.

Geldinzameling
Het standbeeld moest bekostigd worden en het oprichtingscomité organiseerde onder andere een 'lichtbeeldenavond'. Daarbij werd er een wandkalender gemaakt die niet alleen in Tilburg, maar ook in Nederland werd verkocht. Pater van Grinsven zorgde er namelijk voor dat er in diverse plaatsen subcomités werden opgericht. De actie had succes want in 1923 was er al meer dan vijfduizend gulden verzameld. Omdat het bedrag nog altijd niet genoeg was, leverde de Redactie van Roomsch Leven een belangrijke bijdrage, door voortdurend Peerke Donders onder de aandacht te brengen. Het bedrag liep op tot twaalfduizend gulden. Daarmee kon het standbeeld worden bekostigd.

Ontwerp kunstenaars onbezoldigd
Zoals er vandaag de dag nog altijd kunstenaars worden gevraagd om onbezoldigd deel te nemen aan prijsvragen, was dat ook het geval in 1923. Kunstenaars die aangesloten waren bij het St. Bernulphusgilde, de vereniging voor kerkelijke kunst en oudheidkunde, kregen de vraag om kostenloos ontwerpen in te dienen. Toch dienden vier beeldhouwers hun ontwerp in, waaronder J.P. Maas en Zonen uit Haarlem. De inzendingen waren beoordeeld door pater redemptorist Kronenburg en de eerdergenoemde priester P.C. de Brouwer.

Standbeeld aan het Wilhelminapark
Het gieten van het bronzen tweetal was uitgevoerd door de firma P.G. Duchateau uit Schiedam. De afmeting van de bronzen groep, de staande Peerke Donders en de geknielde zwarte man, was tweeënhalve meter hoog. De sokkel, van Euville steen, werd van gelijke hoogte. Op de sokkel staat de tekst ‘Petrus Donders’, op de rechterzijde hangt een bronzen schildje met daarop het zeilschip waarmee Peerke naar Suriname voer, en op de linkerzijde is het gemeentewapen van Tilburg te zien. 

Voorbeeld voor arbeiders?
Het initiatief voor het standbeeld in Tilburg kwam op het juiste moment. Peerke Donders was een deugdelijk voorbeeld om de arbeiders weg te houden van de klassenstrijd en om bezoeken aan dancings en bioscopen te matigen. Het goede voorbeeld ten spijt, de arbeiders identificeerden zich niet altijd met deze weverszoon die in hun ogen, in plaats van te werken, de hele dag zat te bidden. Ook het feit dat er ‘Petrus Donders’ op de sokkel stond en de positionering tussen fraaie fabrikantenwoningen aan het deftige Wilhelminapark droegen niet bij aan identificatie met de Tilburgse heilige. Arbeiders hadden meer met de kapel en het eenvoudige wevershuis aan de Heikant dan de statige, in brons gegoten Peerke. 

Plattegrond 1927-1928.
Collectie Regionaal Archief Tilburg
Standbeeld op pelgrimsroute
In de tijd dat het standbeeld werd opgerichten, hanteerde onder andere de priester De Brouwer een romantische gedachte bij het ongerepte Brabant. 'Aan de rand van de hei, in de Moerstraat aan de Heikant, waar het stil was als in de woestijn, waar het lied werd gehoord van een nachtegaal, waar de bijen zoemden en de muggen dansten, waar het eentonig lied van de wever Arnoldus Donders en het geratel van zijn weefgetouw klonk, aldaar was Petrus Donders geboren.' Toch kozen de vooraanstaande inwoners aan het Wilhelminapark en de Goirkestraat er niet voor om het standbeeld daar aan de rand van de hei te plaatsen. Het Wilhelminapark was mooi gelegen aan een pelgrimsroute. Van heinde en verre zouden ze optrekken, de pelgrims, naar Petrus Donders geboorteplaats. eerbiedig op hun weg groetend het bronzen standbeeld van Tilburgs Beschermer.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten