Diepen en Kropholler: twee bekende namen uit de (Tilburgse) geschiedenis waar vandaag de dag mijn cultuurhistorische hart sneller van gaat kloppen. Nieuwsgierig zou ik zijn naar de verhalen van de gebouwen en voelend dat ik onderdeel was van een historisch geheel. Toch was ik in 1984 slechts 23 jaar, met twee jaar ervaring als kleuterleidster en even zolang op mezelf wonend. Ik was zoekende in wonen, werken en relaties. Het kleuteronderwijs bood me enig houvast, maar diep vanbinnen wist ik dat ik hier niet lang zou blijven. Er borrelde iets anders: creativiteit, een verlangen om kleding te maken, te breien en documenten grafisch vorm te geven.
Het jaar 1984 begon in de Missionarisstraat, maar halverwege
trok ik voor enkele maanden terug naar de Molenstraat in Berkel-Enschot, naar
mijn ouders en jongere zussen. Het was een periode van op eigen benen staan en
toch weer even terug onder moeders vleugels. Op oudejaarsdag 1983 kreeg ik van
mijn ouders een cadeau dat veel betekende: een nieuwe naaimachine. Het voelde
als een aanmoediging, een erkenning van mijn creatieve kant.
Foto Korvelseweg 154A, 1893. Collectie Regionaal Archief Tilburg. Een tweede historische sensatie ontging me volledig toen ik op 22 augustus 1984 een huurcontract ondertekende voor een appartement aan de Korvelseweg154A. De verhuurder zei nog dat ik het niet snel zou vergeten: een huurcontract ondertekenen met Samba pa ti van Santana op de achtergrond. De Korvelseweg was wonen-nieuwe-stijl. Waar mijn vrienden nog woonden in verlaten fabrieken en voormalige fabrikantenwoningen, was de Korvelseweg ‘modern’: compleet gestript, drie verdiepingen hoog, met ruime appartementen voor studenten en jonge werkenden.
Net zoals ik destijds geen notie had van Krophollers
bouwkunst, wist ik in 1984 niet dat hier de bekende fabrikantenfamilie Diepen
had gewoond. Armand Diepen (1846–1895) en later zijn zoon Herman Diepen woonden
er met hun grote gezinnen. De binnenkant was inmiddels geheel ontdaan van
authentieke elementen. Aan de buitenkant is nog te zien dat het pand eclectisch
is, met een opvallend gepleisterd fries en een aanbouw uit 1888 in een heel
andere stijl. Naast het pand staat het voormalige koetshuis, dat tegenwoordig
dienstdoet als elektriciteitshuis. Foto koetshuis wordt verbouwd, 1979. Collectie Regionaal Archief Tilburg.
Het jaar 1984 was voor mij een tijd van zoeken en groeien.
Ik las boeken als Papillon van Henri Charrière en keek films als One
Flew Over the Cuckoo’s Nest. Met een vriend kocht ik een blauwe Ami 8 Break
voor vijfhonderd gulden – een auto waarmee we naar Frankrijk reden en die
vrijheid symboliseerde. En ik, jong en werkend, voelde dat mijn leven zich al langzaam
losmaakte van het kleuteronderwijs en zich meer richtte op een creatieve
toekomst.
Bijna veertig jaar later kijk ik terug op dat jaar 1984. Het
huis aan de Korvelseweg droeg het verhaal van de familie Diepen. Het
kleuterschooltje aan de Poirterstraat vertelde het verhaal van Kropholler en de
traditionalistische katholieke architectuur van de stad. Beide plekken waren
dragers van historie – en ik was in 1984 bezig mijn eigen verhaal daaraan toe
te voegen.



Dit is het huis van mijn grootouders. Geboortehuis van mijn moeder Céline. Een van de elf kinderen daar. Ik herinner mij een mooie grote tuin en moestuin. Het kippenhok. De allerliefste chauffeur en huisknecht Harrie.
BeantwoordenVerwijderenBeste, wat leuk! Kun je me een mail sturen dan maken we een afspraak voor een verhaal op het Geheugen van Tilburg? Mijn mailadres is petra.robben@stadsmuseumtilburg.nl
VerwijderenWat een geweldig mooi verhaal met geschiedenis.
BeantwoordenVerwijderen